Van stenige parkeerplaats naar levendig en klimaatbestendig dorpsplein
Beplantingsplan voor een klimaatadaptief centrumgebied waar water, natuur en dagelijks gebruik samenkomen.
Het Piet van Thielplein in Beek en Donk was jarenlang vooral een functionele parkeerplaats. Veel steen, weinig verblijfskwaliteit en bij hevige regenval regelmatig wateroverlast. De ambitie van de gemeente Laarbeek was groot: van een C-locatie naar een A-locatie. Een aantrekkelijk, groen dorpsplein dat tegelijkertijd bestand is tegen droogte, hitte en extreme neerslag.
Jens Ingenieurs & Adviseurs ontwikkelde de inrichting en technische structuur van het plein en vroeg mij om mijn plantenkennis op het project los te laten. Mijn opdracht: een beplantingsplan ontwikkelen dat niet alleen mooi is, maar ook daadwerkelijk bijdraagt aan de klimaatopgave, biodiversiteit, verblijfskwaliteit en het dagelijks functioneren van het plein.

Project: Piet van Thielplein, Beek en Donk
Opdracht: beplantingsplan openbare ruimte
Opdrachtgever: Jens Ingenieurs & Adviseurs
Oppervlakte: ca. 9.500 m²
Thema’s: klimaatadaptatie · wadi’s · biodiversiteit · verblijfskwaliteit
Een plein dat vooral uit steen bestond
Ik kom zelf uit Beek en Donk en ken het oude Piet van Thielplein goed. Het was een stenig en weinig uitnodigend plein. Het leefde nauwelijks en was hoofdzakelijk ingericht om zoveel mogelijk auto’s te kunnen parkeren. Dat was niet het enige probleem. In de omgeving was regelmatig sprake van wateroverlast. Tegelijkertijd zorgde de grote hoeveelheid verharding op warme dagen voor een niet heel aangename verblijfsplek. De herinrichting moest daar verandering in brengen.
Gemeente Laarbeek wilde meer groen toevoegen en inspelen op klimaatverandering, zonder belangrijke functies van het centrum te verliezen. Parkeren moest mogelijk blijven, winkels en horeca moesten goed bereikbaar zijn en ook evenementen zoals de kermis en weekmarkt moesten op het plein kunnen blijven plaatsvinden.


Van C-locatie naar A-locatie
De ambitie voor de herinrichting was helder: een plek creëren waar mensen niet alleen parkeren of boodschappen doen, maar waar het ook prettig is om te verblijven. Jens ontwikkelde daarvoor de hoofdstructuur van het plein. De positie van de wadi’s, parkeerplaatsen, verharding en de watertechnische oplossingen waren al bepaald toen ik bij het project betrokken werd.
Een belangrijke ingreep was het afkoppelen en opvangen van hemelwater. Naast zichtbare wadi’s zijn ondergrondse waterbergende voorzieningen toegepast. Daardoor kan regenwater binnen het gebied worden geborgen en geïnfiltreerd, terwijl het plein bovengronds beschikbaar blijft voor parkeren en evenementen.
Bij de dimensionering is rekening gehouden met een neerslagsituatie van 39,1 mm binnen 45 minuten, waarbij ook water van omliggende bebouwing onderdeel is van de opgave.

Groen moest hier meer doen dan mooi zijn
Toen de ruimtelijke structuur duidelijk was, begon voor mij het interessante gedeelte. Welke bomen en planten kunnen op zo’n plek werkelijk functioneren? Want een plantvak in een particuliere tuin is iets heel anders dan een plantvak midden in een intensief gebruikt dorpscentrum.
De beplanting krijgt te maken met hitte, langere droge perioden, intensief gebruik en (specifiek in de wadi’s) tijdelijke overstroming. Daarom heb ik niet alleen gekeken naar kleur en uitstraling. Ik heb gezocht naar sterke soorten die tegen het veranderende klimaat kunnen. Soorten die langere perioden van droogte verdragen en planten die in de wadi tijdelijk natte voeten aankunnen. Ook heb ik meegedacht over het aantal bomen, de boomsoorten en de onderlinge combinaties van bomen, heesters en vaste planten.
Niet één functie, maar meerdere tegelijk
Een goed beplantingsplan voor de openbare ruimte moet in mijn ogen meerdere dingen tegelijk doen. Het moet mooi zijn, maar ook verkoeling bieden. Het moet regenwater kunnen verdragen, maar ook langere droge perioden. Het moet aantrekkelijk zijn voor mensen én iets toevoegen voor vogels en insecten. En uiteindelijk moet het ook praktisch te beheren zijn. Juist die combinatie maakt de opgave interessant.




Een plein waar ook de natuur weer ruimte krijgt
Mijn doel was dat bezoekers en ondernemers zich prettiger en meer geborgen zouden voelen op het plein. Tussen al het functionele gebruik moest opnieuw ruimte ontstaan voor natuur. Daarom is gewerkt met verschillende vegetatielagen. Bomen, heesters, vaste planten en bloembollen zorgen samen voor voedsel, beschutting en potentiële nestgelegenheid voor verschillende dieren. Naast reguliere soorten zijn ook inheemse planten toegepast.
Tegelijkertijd wilde ik voorkomen dat het plein slechts gedurende enkele zomermaanden aantrekkelijk zou zijn. Bloembollen zorgen voor een vroeg begin van het seizoen, verschillende planten nemen de bloei daarna over, bomen voegen bloesem en herfstkleur toe en soorten met een sterk wintersilhouet zorgen ook buiten het groeiseizoen voor structuur. Zo verandert het plein gedurende het jaar voortdurend. En naarmate de bomen groter worden en de beplanting volwassen wordt, neemt die natuurbeleving alleen maar verder toe.
Beplanting heeft tijd nodig
Dat laatste vind ik belangrijk. Een beplantingsplan is geen interieur dat na de oplevering klaar is. De planten moeten groeien, plantvakken moeten zich sluiten en bomen hebben tijd nodig om volume en schaduw te ontwikkelen. Het duurt enkele jaren voordat het beeld ontstaat dat tijdens het ontwerpen voor ogen stond.
Door vaste planten in grotere groepen toe te passen en soorten te kiezen die relatief snel dichtgroeien, ontstaat uiteindelijk bovendien een robuuste beplanting die relatief weinig onderhoud vraagt.

Regenwater wordt onderdeel van de beleving
Waar vroeger wateroverlast een probleem was, is regenwater nu onderdeel van de oplossing. De zichtbare wadi’s vangen hemelwater tijdelijk op, waarna het water weer kan infiltreren. Daarmee heeft het groen niet alleen een esthetische functie: de beplanting maakt letterlijk onderdeel uit van het klimaatadaptieve systeem.
Volgens Jakob Baalman van Jens heeft de nieuwe inrichting het waterprobleem dat voorheen op deze locatie aanwezig was daadwerkelijk opgelost. Zelf vind ik juist dat ook een van de mooiste resultaten.
Na een flinke regenbui hoeft het water niet zo snel mogelijk uit beeld te verdwijnen. Het mag tijdelijk zichtbaar zijn. Het blijft op de plek, voedt het groen en zorgt voor een plein waarop natuurlijke processen weer onderdeel worden van het dagelijks leven.

Van ontwerp naar uitvoering
Een beplantingsplan staat of valt uiteindelijk ook met de uitvoering. Tijdens de aanleg zijn enkele soorten gewisseld en sommige planten anders verdeeld dan ik oorspronkelijk had aangegeven. Soms gebeurt dat vanuit beschikbaarheid of praktische overwegingen.
Toch kunnen ogenschijnlijk kleine veranderingen invloed hebben op het uiteindelijke beeld. Een hogere soort die bedoeld is voor het midden van een plantvak heeft aan de rand bijvoorbeeld een heel ander effect. Hetzelfde geldt voor bloembollen: verspreid door een vak ontstaat een natuurlijker beeld dan wanneer ze in afzonderlijke groepjes worden geplant.
Het onderstreept voor mij hoe waardevol het is wanneer ontwerp, aanleg en beheer gedurende het hele proces met elkaar verbonden blijven.
Een plein waar weer leven is
Het mooiste resultaat zie ik uiteindelijk niet alleen in de planten. Ik zie het wanneer mensen op een bankje met elkaar zitten te praten. Wanneer de viskraam op woensdag tussen het groen staat. Wanneer regenwater na een bui op het plein wordt vastgehouden. Wanneer bomen steeds meer schaduw gaan geven en vogels en insecten de nieuwe beplanting ontdekken. En tegelijkertijd kan er nog steeds worden geparkeerd en blijft er ruimte voor evenementen.
Het Piet van Thielplein is niet alleen groener geworden. Het is weer een plek geworden waar iets gebeurt.
Ook vanuit Jens wordt die verandering herkend. Het bureau geeft aan dat de nieuwe inrichting geworden is wat vooraf voor ogen stond en dat de eerdere waterproblematiek daadwerkelijk is opgelost. De reacties vanuit winkeliers en bezoekers zijn volgens Jens overwegend positief.
“Een doordacht beplantingsplan zorgt voor veel grotere beleving en maakt mensen blijer.”
Jakob Baalman – Jens Ingenieurs & AdviseursSamenwerken aan een groene buitenruimte?
Een goed beplantingsplan begint voor mij niet bij een lijst met plantennamen. Eerst wil ik begrijpen wat een plek nodig heeft.
Hoe wordt de ruimte gebruikt? Wat doet water er? Hoe warm en droog kan het worden? Welke natuurwaarden kunnen we toevoegen? En vooral: hoe zorgen we ervoor dat mensen zich er prettig voelen?
Ik werk samen met ingenieursbureaus, gemeenten, hoveniers en ontwerpers aan buitenruimtes waarin beplanting, klimaatadaptatie, biodiversiteit en beleving elkaar versterken.
Heeft u een project waarbij groen meer moet doen dan alleen de ruimte aankleden? Dan denk ik graag met u mee.